Pagina's

zondag 6 mei 2012

Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten - Dimitri Verhulst

Uitgegeven bij ContactAantal pagina’s: 94

Met wielrennen heb ik helemaal niets, al evenmin met de flamboyante wielerheld Frank Vandenbroucke, die in oktober 2009 in nooit volledig opgehelderde omstandigheden stierf in een stijlloos hotelkamertje in Senegal. Anders zit het met de spin-offs van dat fait-divers. Van de song Ploegsteert van Het zesde metaal kreeg ik meteen kippenvel. En ook deze novelle van Dimitri Verhulst heeft mij wel kunnen bekoren.
In een  monoloog van 94 pagina’s doet het hoertje Seynabou verslag van wat er zou kunnen gebeurd zijn tijdens die laatste nacht waarin zij de renner- voor de gelegenheid omgedoopt tot Jens De Gendt - gezelschap hield.  Balancerend tussen  professioneel eigenbelang en een kortstondige verliefdheid, doet ze haar verhaal. Het klinkt niet alleen heel aannemelijk, het is ook een ode aan de mens achter de beroemdheid, een man die innemend kon zijn en ook in haar, heel even althans,   meer zocht dan haar beroep.   
Na al de voorspelbare heisa die  de dood van de renner in de nationale pers teweegbracht, is de soms sarcastische, soms naïeve monoloog van de bloedmooie  Seynabou  dan ook verfrissend qua toon en invalshoek. En de stijl die Verhulst hier hanteert past als gegoten in deze vorm:  gebalde beelden, een wat secce zegging en heel veel relativering. Een korte roman, maar een groot verhaal. 
★★★☆☆

Geen opmerkingen:

Een reactie posten