Pagina's

Posts tonen met het label existentiële crisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label existentiële crisis. Alle posts tonen

donderdag 9 september 2021

De laatste zomer in de stad - Gianfranco Calligarich

Uitgegeven bij Wereldbibliotheek
Uit het Italiaans vertaald door Els van der Pluijm
176 blz.


De jonge journalist Leo Gazzarra verruilt in de jaren '70 het saaie Milaan voor de bruisende hoofdstad. Overdag probeert hij de kost bijeen te scharrelen in de marge van de journalistiek, 's nachts duikt hij  in het nachtleven van Rome. Tussen de Spaanse Trappen, de Piazza del Popolo en de Piazza Navona, zwalpt hij van de ene bar naar het andere feestje,  in het gezelschap van de beau monde of wie dat probeert te zijn, op zoek naar wie weet wat... Roem misschien, of de eeuwige liefde?  Op een van die nachten ontmoet hij Arianna, al even stuurloos als hijzelf. Onder het laagje oppervlakkigheid schuilt iets diep-tragisch. 

Je kan niet anders dan denken aan Fellini's La dolce vita:  ook hier een journalist die het 'zoete leven' beschrijft van de high society van Rome.  Het beeld van Anita Ekberg in de Trevi-fontein is deel van ons collectieve filmgeheugen.  

Alleen ziet het Rome van Calligarich er al wat groezeliger uit. Zijn personages zijn toch eerder losers, krijgen niets voor mekaar, zelfs de liefde niet. De roman leest van bij de openingszinnen als een kroniek van een aangekondigd einde.  ‘Zo gaat het natuurlijk altijd. Iemand doet van alles om afzijdig te blijven en belandt vervolgens op een goede dag, zonder te weten hoe, in een geschiedenis die hem regelrecht naar het einde brengt.’

Er zit veel triestheid in deze roman. Met een knipoog naar die andere Rome-film zou  ik hem durven ondertitelen La Grande Tristezza. En toch  slaagt de auteur erin  ook  iets lichtvoetigs, iets teders in zijn roman te stoppen. De gevatte, droog-ironische  stijl maakt het verteerbaar. 'Zelden zo vrolijk geworden van zo’n tragisch boek', zegt Emilia Menkveld  in haar recensie voor de Volkskrant. Zo ver zou ik niet gaan.  Maar het boek heeft mij wel bekoord.  Ik zal niet zeggen dat ik de personages in mijn hart heb gesloten, maar de sfeerschepping is wondermooi.   Een beetje Bonjour tristesse (F. Sagan) en La Dolce Vita (Fellini) samen.  

★★★★

 









zondag 26 februari 2012

Stilte in oktober – Jens Christian Grøndahl


Uit het Deens vertaald door Gerard Cruys
Uitgegeven bij Meulenhoff
270 blz.

Na achttien jaar samenleven kondigt de vrouw van een kunsthistoricus aan dat ze op reis gaat. Ze zegt niet waarheen of waarom en hij vraagt niets. Daarna volgt hij haar bewegingen via de bankafschriften van haar Mastercard, ze volgt de route van hun Portugal-reis zeven jaar geleden. Wanhopig probeert hij antwoorden te vinden, of zoals hijzelf zegt “[…..] een plek, een knoop te vinden van waaruit ik kan beginnen met mijn poging Astrids verdwijnen te begrijpen, [….. ]. Ik volg de draden achterwaarts om de logica van het patroon te vinden, maar de knopen raken los tussen mijn vingers, zodat ik op het laatst met losse eindjes zit. Ik knoop ze  opnieuw, aarzelend, omdat ik weet dat het maar één vertelling kan worden uit de vele die ik had kunnen vertellen met dezelfde draden.” De gedachte dat zoveel in het leven op toeval berust, loopt als een rode draad door deze melancholische  roman. Zijn vertelling wordt steeds egocentrischer en meer en meer  is de echte zoektocht  die naar de kern van zijn eigen ik.
Deze roman vergt meer dan een gewone leesinspanning. Grøndahl serveert zijn reflecties in bomvolle pagina’s, nauwelijks alinea’s, zonder rustpauzes. Aangezien het hoofdpersonage een kunsthistoricus is, spelen ook kunsttheoretische bedenkingen  een grote rol in zijn conversaties en gedachten. Niet makkelijk dus, wel boeiend, al had het voor mij  wel korter gekund.
✮✮✮✩✩