Pagina's

zaterdag 10 april 2021

De opgang - Stefan Hertmans

Uitgegeven bij De Bezige Bij
440 blz.


Over deze roman is zowat alles al gezegd. Moeilijk om daar nog iets aan toe te voegen. Dat zal me leren om mijn recensie steeds maar uit te stellen. Ik beperk me hier dan ook tot wat losse flodders, tot wat persoonlijke leesbedenkingen, wat tenslotte nog altijd het hoofddoel is van deze blog.  

Wie nood heeft aan wat meer samenhang, verwijs ik graag door naar een mooi artikel  :   

https://reportersonline.nl/ik-moest-de-spoken-in-dit-huis-tot-leven-wekken-stefan-hertmans-over-zijn-nieuwe-roman-de-opgang/

 

Ik was om te beginnen al erg gecharmeerd en geïntrigeerd door de nochtans prozaïsche titel.  De opgang. Van de Vlaamse SS-er Willem Verhulst? Moest het niet eerder ondergang zijn? Maar de structuur van het boek, opgehangen aan de bezichtiging van een huis van onder naar boven, een Vlaams notarissenwoord blijkbaar, maakt het een perfecte keuze. 

De inhoud liet mij uiteraard niet onberoerd. Er is natuurlijk het grotere plaatje: het verhaal van de Vlaamse collaboratie, een ideale uitlaatklep voor een gefrusteerd individu dat  zich maar al te graag liet meeslepen.  Al druk ik dat te zacht uit. Want hoewel Verhulst misschien niet eigenhandig mensen heeft vermoord,  van achter zijn bureau waar hij ijverig lijstjes aanlegde met namen van 'verdachte individuen' heeft hij zeker honderden mensen de dood ingejaagd. Hij was bepaald geen kleine garnaal. 

Maar ik was nog meer in de ban van het kleine verhaal: dat van de man Verhulst in zijn gezin. Een bizarre situatie. Zijn Nederlandse , protestantse vrouw Mientje kon dan wel niet verhinderen dat hij buitenshuis volledig de militant-fascistische toer opging, binnen het gezin hield ze vast aan haar eigen morele waarden. In haar huis, in het bijzijn van de kinderen, geen vertoon van uniformen en geen wapens. Zo brutaal als Verhulst optrad buiten huis, zo mak was hij als hij netjes zijn uniform in de gang achterliet. Ook alle contacten met Duitse SS-ers  werden strikt achter gesloten deuren in de voorkamer - de dodenkamer - gehouden. De SS-dolk, cadeautje van vader aan zoon Adri, belandde dan ook prompt in het Lieveke, het water dat achter hun huis stroomde. Hoe hield Mientje het uit in deze schizofrene situatie? En wat te denken van Willems schaamteloze affaire met Griet, zo maar onder  de neus van Mientje. Ik kijk naar de familiekiekjes en vraag me af wat er echt in deze vrouw is omgegaan. 

 

Hertmans is een leeftijd- en studiegenoot van mij. Dat bevordert natuurlijk de herkenning in deze roman. Soms komt die tevoorschijn in kleine anekdotes, zoals die van de studentenbetoging in het kielzog van Parijs '68. Wat wisten we toen nog weinig over de achtergronden en reikwijdte van kreten als 'Walen buiten'.

 

Dat de roman zich afspeelt in Gent, heeft zeker ook meegespeeld in mijn appreciatie van deze roman. Vanop tram 4 tuur ik in de buurt op zoek naar restanten van het verleden. Een keer stapte ik ook echt uit aan het Sluizeken en ging op zoek naar het huis, dat bijna de status van een personage heeft gekregen in deze auto-docuroman.

Prachtig zijn ook de beschrijvingen. Mijn favoriete fragment:

De zondagavond glijdt weg in de dommelende zwartheid van de lege straten; de avond loopt naar zijn eind, de stilte keert terug. Er is alleen nog het geruststellende geluid van de voorbijrijdende tram door de Grauwpoort in de richting van het Gravensteen, waardoor de plankenvloeren in het hele huis lichtjes trillen; Mien ligt wakker in het donker. Diep in de smalle steeg onder haar hoort ze nog hoe iemand een kind naar binnen roept, hoe een dichtvallende deur aan de overkant de stemmen dempt. Daarna het voorbijkomen van enkele lallende soldaten, en dan niets meer tot, na een twintigtal minuten, het staal van de tramwielen feilloos weer over de sporen glijdt, geruststellend, nu in de andere richting. De wielen lijken haar gedachten met zich mee te nemen, een verlangen op te roepen om langs het traject van de tramsporen te slenteren, richting voorstad en de haven, tot bij het havenbassin waar de aken kunnen draaien – een zwarte reusachtige kom vol vervuild, in cirkels wentelend water dat nog even aarzelt voor het zich overgeeft aan de beweging van het door industrie omzoomde kanaal. De roep van de voorstad, door de voorbijschuivende tram opgewekt, doet haar verlangen om weer op te staan, in alle stilte nog even naar buiten te gaan, langs de voorstedelijke puien en handeltjes waar allerlei rommel door elkaar in de etalages uitgestald ligt, zo tot in de steeds verlatener straten, tot bij de houten loodsen waar de wind killer is en de geur van de gestapelde waren de eenzame wandelaar zin doet krijgen in boten, in weggaan zonder omkijken.

En deze beklijvende afsluiter van een hoofdstuk waarin Hertmans de houding van zoon Adriaan tegenover zijn vader onderzoekt:


Hoeveel waarheid verdraagt een mens, wanneer het over zijn eigen vader gaat?

 

Zei ik al dat ik dit boek ondertussen al twee keer gelezen heb?  Dat zegt genoeg, denk ik. 

Respect, Stefan. Dit was zo mooi en zo evenwichtig. Ik koester het boek en begin misschien wel heel binnenkort aan een derde lectuur.


★★★★★

 


donderdag 26 november 2020

Verdwijnpunt - Arnaldur Indriðason

Als ik in een leesdipje zit, als ik weer eens een bejubeld boek opzij leg, omdat het bij mij toch niet meteen de juiste snaar raakt, dan weet ik dat het tijd is om de lat wat lager te leggen. Ik grijp dan graag naar een goede misdaadroman. Het leesplezier komt vanzelf terug en daarna ben ik weer klaar voor het grotere werk. 

Een goede misdaadroman (en bij uitbreiding misdaadreeks) is er voor mij een die nog blijft nazinderen  nadat de plot verdwenen is. Want toegegeven, die onthoudt geen mens. Dikwijls is de achtergrond een bepalende factor: ik hou van de romans van Donna Leon, omdat ze zich afspelen in Venetië. Ik kan eindeloos genieten van de Morse-afleveringen in het bizarre wereldje van Oxford of van een frivole Montalbano op Sicilië. 

Wat bij mij niet werkt is pure horror,  of plots die uitsluitend draaien rond geld of macht.   Het moet toch altijd over menselijke interactie blijven gaan, of over een sociale context. 

En dan zit je meestal goed bij de Scandinavische thrillers.   

In het spoor van  Sjöwall en Wahlöö, die met hun misdaadromans de mistoestanden in de Zweedse maatschappij wilden aanklagen,  is het lijstje Scandinavische misdaadauteurs schier eindeloos: de Millennium-reeks  van Stieg Larsson, de Wallanderromans van Henning Mankell, ... Maar ook de Noren, Finnen en IJslanders kennen er wat van. Nordic noir doet het extreem goed, zowel in de boekhandel als op tv.

Zelf heb ik mij de laatste weken ondergedompeld in het universum van  de IJslandse inspecteur Erlendur van Arnaldur Indriðason. 

Wie IJsland zegt, denkt aan gletsjers en vulkanen met onuitspreekbare namen en aan donkere, lange winters.  Doe daar Reykjavik bij, bakermat van de IJslandse bankencrisis,  maar evengoed een stad van contrasten waar clochards  en minderbedeelden wonen in krappe souterrains en huizen met golfplaten daken.  De match met de eenzelvige inspecteur Erlendur is compleet: hij kent de stad als zijn broekzak en schuwt het contact met  de onderlaag niet. Maar vooral is hij gefascineerd door 'verdwijningen'. Dat heeft te maken met een traumatische jeugdervaring. 

De reeks rond Erlendur bestaat uit meer dan 10 delen. Ik vermeld hier alleen de laatste   waar  Erlendurs obsessieve drang om cold cases van verdwijningen op te lossen samenvalt met zijn zoektocht naar innerlijke rust, en dat in het kader van zijn jeugd, in het verlaten ouderlijke huis in de bergen. 

Heerlijk donker en toch hartverwarmend mooi. Ik hou er een grote nieuwsgierigheid naar het land aan over. Wie weet, na corona ...

 

 

 


woensdag 5 augustus 2020

De kat en de generaal - Nino Haratischwili

Uitgegeven bij Meridiaan Uitgevers
Vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post
680 blz.


De Duits-Georgische schrijfster en theaterregisseuse Nino Haratischwili blijft in de ban van het thema oorlog. Dit keer haalt ze haar inspiratie uit de recente Tsjetsjeense geschiedenis. In een afgelegen bergdorpje wordt een jonge vrouw het slachtoffer van een gruwelijke oorlogsmisdaad. Jaren later wordt een van de betrokkenen ter verantwoording geroepen door zijn dochter. Met desastreuze gevolgen voor hen beiden. Want de vraag 'wie is schuldig' is op papier eenvoudiger dan in de werkelijkheid.  Het achterplat spreekt van "een psychologisch zeer geladen, duistere schuld-en-boeteroman", en dat is een rake typering.
Ik was geboeid door de manier waarop de auteur begrippen als schuld, dader, slachtoffer uit de sfeer van de vooroordelen probeert te halen. Dat zorgde ervoor dat ik bleef doorlezen, hoewel ik soms moeite moest doen om mij door de gruwelen  heen te worstelen. Ik merk dat ik daar steeds minder goed tegen kan.
De kat en de generaal met zijn intrigerende titel is alweer een huzarenstukje geworden van Haratischwili. Het zit ongelooflijk goed in elkaar. Daardoor bleef mijn leeservaring wat afstandelijker dan bij haar vorige roman Het achtste leven (voor Brilka). Misschien waren mijn verwachtingen ook wat te hoog gespannen. En wat zeker ook meespeelde is dat De kat en de generaal echt wel een duister boek is. Anders dan in Het achtste leven (voor Brilka) vind je hier geen tegengewicht voor al dat donkere. Minder humor, minder passie, minder levensvreugde. Maar evengoed 4 sterren waard.
★★★★

dinsdag 4 augustus 2020

De dood van Harriet Monckton - Elizabeth Haynes

Vertaald door Yolande Ligterink
Uitgegeven bij De Fontein
397 blz.


In november 1843 wordt Harriet Monckton dood gevonden in het toilet achter de kapel in Bromley, die ze regelmatig bezocht. Uit de autopsie blijkt dat de jonge vrouw, een lerares,  zwanger was.  En dan komt de geruchtenmolen op gang. Harriet bleek verwikkeld te zijn in relaties met ten minste drie mannen, maar ook haar goede vriendin Frances wordt gezien als verdachte in deze moordzaak. Wie heeft Harriet vermoord en wie is de vader van haar ongeboren kind?
Een whodunnit, dus. Elizabeth Haynes weet er in elk geval de spanning in te houden. Door de gebeurtenissen telkens vanuit een ander personage te belichten vallen de puzzelstukjes beetje bij beetje op hun plaats.  Liefhebbers van het genre komen zeker aan hun trekken.
Maar het meest heb ik gesmuld van de sfeer van deze roman.  Het belang van schone schijn, de absurde regeltjes over hoe  mannen en vrouwen met elkaar mogen omgaan, het  totale taboe op seksualiteit, wat moet het moeilijk geweest zijn jezelf te zijn in deze victoriaanse maatschappij. Vrouwen moesten twee keer zo sterk zijn om zich overeind te houden. En zelfs dat was niet altijd voldoende, zoals het trieste einde van Harriet Monckton bewijst. 
De roman is bovendien gebaseerd op waargebeurde feiten.
Ik vind het een echte aanrader.
★★★★


zaterdag 21 maart 2020

Testament of youth: an autobiographical study of the years 1900–1925 - Vera Brittain


In het Nederlands vertaald als Testament van de jeugd.  
Uitgegeven bij De Bezige Bij.
Vertaald door Otto Biersma, Luud Dorresteyn, Marianne Palm, Hans Kloos.
638 blz. 



Testament of Youth is een van de beroemdste autobiografieën uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Vera Brittain was 20 toen de oorlog uitbrak in 1914.  Er wachtte haar een mooie studietijd in Oxford. Maar als haar verloofde en broer dienst nemen in het leger, kan ze niet achterblijven en ze gaat aan de slag als vrijwilligster bij het Britse Rode Kruis.  Het noodlot slaat snel toe.  Tegen Kerstmis 1915 is haar verloofde al gesneuveld. In 1918 verliest ze ook haar broer. Zelf doet ze al die oorlogsjaren dienst in ziekenhuizen en veldhospitalen van Londen, over Malta tot Frankrijk. Testament of Youth  werd in 1933 uitgegeven en het was meteen een bestseller. In 1915 werd het boek verfilmd met in de hoofdrollen Alicia Vikander en Kit Harington.
Wat een boek! Er is zoveel stof om over na te denken, het Engels heeft daar een mooi woord voor: 'thought-provoking'. Het is niet alleen een boek over de belevenissen van een jonge verpleegster in oorlogsomstandigheden, hoewel ik me kan voorstellen dat de film  wel daarop zal gefocust hebben. (Voor alle duidelijkheid: ik heb de film niet gezien.) Het is evengoed een boek over de strijd van een jonge vrouw om gehoord te worden in een maatschappij waar mannen het nog steeds voor het zeggen hadden. Het toont een wereld in verandering, met de wereldoorlog als bruuske catalysator. 
Voor de oorlog werd Brittain nog als een beetje abnormaal beschouwd in haar provinciale omgeving. Welke jonge vrouw wilde nu gaan studeren als je toch ook gewoon kon trouwen? Na de oorlog vond zelfs haar vader het normaal dat ze zelfstandig in Londen bleef wonen, ongetrouwd en vrij. 
Een boek over een vrouw die tegen de tijdsgeest in haar eigen weg gaat, dat kan bij mij altijd op sympathie rekenen. Dat is ook de reden waarom ik de minpuntjes van deze autobiografie erbij neem. Vooral in de hoofdstukken na de oorlog wordt er wel heel veel met namen gegoocheld. Soms leest het als de notulen van een vergadering. Saai dus. En dan zijn er nog de vele gedichten waar dit werk bol van staat, haar eigen gedichten, die van broer, lief en vrienden en hun grote voorbeelden. Soms raakten ze me, dikwijls vond ik ze nogal geëxalteerd. Maar toch dus, wat een boek! 
Is het een aanrader? Ja, als je ermee kunt leven dat geen enkele kanjer van begin tot einde even goed is.   
 
★★★1/2

zondag 12 januari 2020

Trans-Atlantisch - Colum McCann

Vertaald door Frans van der Wiel
Uitgegeven bij Rainbow
287 blz.

Trans-Atlantic, boek 1, begint als een documentaire. 
1919: Twee jonge piloten uit WW1 verbouwen hun vliegtuig en maken als eerste de oversteek over de oceaan. 
1845: een zwarte Amerikaanse slaaf zoekt in Ierland steun voor de strijd tegen de afschaffing van de slavernij. 
1998: een Amerikaanse senator steekt de oceaan over over om er de vredesgesprekken  in Noord-Ierland te leiden.  Driemaal een oversteek van de Atlantische oceaan, drie tijdperken, drie interessante historische gebeurtenissen. En door die macro-thema's krijg je ook een inkijk op het persoonlijke leven van de hoofdspelers. Een documentaire roman dus, maar er is toch meer aan de hand. Heel snel in boek 2 kom je erachter dat de (vrouwelijke) hoofdpersonages van de verhalen uit boek 2 zijdelings ook al voorkwamen in boek 1. En nu krijg je door de micro-levens een uitkijk op de  buitenwereld, met telkens weer verrassende settings en nieuwe thema's: oa. de Amerikaanse burgeroorlog, de Troubles in Noord-Ierland.
Ik was al dik tevreden na het eerste deel. De verhalen waren interessant en lieten zich vlot lezen.  En dan komt boek 2 als een aangename verrassing. Ik had me even op het verkeerde (documentaire) been laten zetten. Maar met boek 2 zat ik in een echte roman met sterke hoofdpersonages, en dat perfecte evenwicht tussen micro en macro die voor mij altijd garant staan voor perfect leesplezier. 
Knap hoe in boek 3 tenslotte alles vrij natuurlijk samenkomt.  Toch heeft dit hoofdstuk, het enige in de ik-persoon trouwens, mij het minst aangesproken.  Ik hou het wat vaag, omdat ik zelf ook niet graag met spoilers te maken krijg. 
Ik heb echt genoten van deze roman. Misschien nog het meeste omdat ik eens niet in sneltreinvaart door het boek ben geraasd, een kwalijke leesgewoonte van me waar ik vanaf wil. 
Colum McCann is zelf van Ierse afkomst maar woont al lang in New-York. In 2009 won hij de National Book Award met Let the Great World Spin, een poging om de grote Iers-Amerikaanse roman te schrijven. Met Trans-Atlantic zit hij duidelijk nog steeds op dat spoor. Ik heb het al op mijn leeslijstje gezet.  

★★★★


 



 





dinsdag 24 september 2019

Melkboer - Anna Burns

Vertaald door Roland Fagel en N.N. Lohmann
Uitgegeven bij Prometheus
369 blz.

Melkboer werd mij aangeraden door iemand die net als ik al ettelijke jaren op de leesteller heeft staan. In de Britse pers werd het al onmiddellijk gesignaleerd als de meest originele roman, een leeservaring zoals je nog nooit had meegemaakt. Ik was meteen benieuwd, maar ook wat terughoudend:  hoe kan een boek in 's hemelsnaam zo'n torenhoge verwachtingen waarmaken? 
   

Melkboer is in de grond een roman over seksuele intimidatie, eentje dat perfect zou passen in een #MeToo-leeslijstje.  Het verhaal zelf is niet spectaculair: meisje van 18 wordt lastiggevallen door een oudere man. Haar omgeving biedt niet bepaald steun. Integendeel,  ze krijgt een heleboel bagger over zich heen en de situatie escaleert razendsnel.   
Maar wat deze roman anders maakt, is zijn aparte stijl.  In Melkboer zijn er geen concrete plaatsnamen. Het wordt nergens zo expliciet gezegd, maar het is al gauw duidelijk dat de roman zich afspeelt in Noord-Ierland, in Belfast tijdens de Troubles. Echt belangrijk is dat niet,  maar het vergemakkelijkte voor mij toch de lectuur als ik er  mij een concrete contekst kon bij voorstellen. Want het echt ingrijpend andere stijlkenmerk is dat de personages geen namen hebben. De vertelster wordt steevast 'middelstezus' genoemd, haar belager 'melkboer' (niet te verwarren met 'echte melkboer'). Haar lief is 'soortvanverkering'. Verder zijn er nog 'eerstezus', 'tweedezus', 'derdezwager', 'oudste vriendin', 'zusjes klein' ... Het klopt helemaal met de sfeer van achterdocht en verdachtmaking  waarin het hele verhaal zich afspeelt.  En het hebben van de verkeerde naam kan al voldoende zijn om door de 'staatsverwerpers' beschuldigd te worden van sympathieën met de 'staatsaanhangers'. Of misschien is het een voorbeeld van zelfcensuur : als je niemand noemt, kan je ook niemand verraden. Deze anonimiteit versterkt nog de beklemmende sfeer van het verhaal.  In elk geval vraagt deze ver doorgedreven stijlkeuze  wel een extra inspanning van de lezer. En dus ja, in dat opzicht is Melkboer wel zeer origineel.
Toch is dat niet wat mij het meest zal bijblijven.  Ik heb vrij lang over deze roman (van toch nog geen 400 pagina's ) gedaan.  Het is vooral de intensiteit van het vertelstandpunt dat bij tijden zo overrompelend werkte dat ik de lectuur even moest pauzeren.  Je beleeft het hele verhaal door de ogen van 'middelstezus', het lijkt wel alsof je in haar hoofd zit en dat is best een claustrofobische ervaring.  Bovendien ergerde ik mij soms aan de stream-of-consciousness met zijn ellenlange zinnen, vol uitweidingen, tussenzinnen, bedenkingen, nuanceringen: het was mij soms van het goede te veel.
Er zat nochtans ook wel wat humor in de observaties,   op die momenten dat de vertelster haar oude ik terugvindt en weerbaar is tegen het slopende gif van roddels en insinuaties.   Maar het zijn zeldzame momenten, want er wordt hard op haar ingebeukt. Anna Burns heeft de nachtmerrie van het leven in een sektaire gemeenschap zeer indringend beschreven.  Dat is haar kracht en hoe tegenstrijdig het ook moge klinken, voor mij een reden om er net geen 4 sterren aan te geven. Ik kan de waarde van dit boek inzien, maar heb er niet echt van genoten. 

★★★1/2


 




 

maandag 23 september 2019

Max, Mischa en het Tet-offensief

Vertaald door Edith Koenders, Paula Stevens
Uitgegeven bij Podium
1229 blz.

Als kind speelt Max met zijn vriendjes het Tet-offensief na in Stavanger, Noorwegen. Als zijn ouders helemaal onverwachts besluiten naar Long Island, Amerika te emigreren, is de jonge Max even het noorden kwijt. Maar hij raakt bevriend met Mordecai,  stort zich in de wereld van het theater, wordt verliefd op Mischa en ontmoet zijn oom Owen, een Vietnam-veteraan.  
Max, Mischa en het Tet-offensief is een heel menselijke roman over vriendschap en loyaliteit, over liefde en over eenzaamheid. Maar er is ook een groter perspectief: een heel tijdperk komt voorbij in deze roman: van de wereldwijde protesten tegen de oorlog in Vietnam, tot de aanslagen van 9/11 en de bankencrisis in 2008 en dat is op zich al boeiend genoeg. En als je dat alles mee beleeft door de ogen van twee experimenterende jonge kunstenaars in New-York, Max  een theatermaker, Mischa een beeldend kunstenaar, dan krijg je er ook nog eens een culturele dimensie bij. 
Indrukwekkend en ja, soms misschien wat lang. Ik had wat moeite om de diepgaande kunstanalyses te volgen, maar dat is een bezwaar dat in het niet valt tegenover wat deze roman te bieden heeft. Het is een roman die niet meteen uit je gedachten gaat. Ik weet nu al dat er weer een leesdipje volgt.

★★★★

woensdag 14 augustus 2019

Vlieggedrag - Barbara Kingsolver

Vertaald door Lidwien Biekmann en Maaike Bijnsdorp
Uitgegeven bij Atlas Contact
479 blz.

Ik beken, het was niet meteen grote liefde tussen mij en Barbara Kingsolver. Haar meest recente boek Onbeschut legde ik opzij na  een honderdtal bladzijden. En ook Vlieggedrag sloot ik pas halverwege het boek in mijn hart. 
Vlieggedrag is het verhaal van de jonge Dellarobia die ergens in een afgelegen plaatsje in de  Appalachen, beseft dat ze na 12 jaar huwelijk hopeloos vast zit. Haar middelbare school heeft ze niet afgemaakt, haar ambities en verlangens zijn een vroege dood gestorven, net als het kind dat de aanleiding was voor haar veel te vroege huwelijk.  Haar leven is niet veel meer dan berustend voortploeteren, met twee kinderen, een lethargische echtgenoot, bemoeizieke schoonouders en een loodzware hypotheek. Geen wonder dat ze wel eens droomt van een ander leven. En het is op zo'n kantelmoment, als ze op het punt staat alles in de steek te laten voor haar minnaar, dat ze boven op de berg getuige is van een  vreemd natuurfenomeen.  
Meteen verandert alles, ze komt in het oog van een heuse mediastorm terecht, en het is hier dat de roman echt interessant wordt. Vlieggedrag is niet alleen een overtuigend verhaal over klimaatverandering, maar ook over hoe mensen veranderen, hoe de verhoudingen tussen individuen en binnen een lokale gemeenschap kunnen veranderen. Het legt ook pijnlijk de breuklijnen tussen enerzijds de politieke en academische wereld, en anderzijds de plattelandsbevolking bloot. Je begrijpt beter waarom populistische partijen of regeringsleiders het zo goed doen. Want het helpt natuurlijk niet als je een hele bevolkingsgroep telkens maar weer wegzet als dom, onwetend of conservatief. Of om het met Kingsolvers woorden te zeggen, je kan  "identiteit niet zomaar uit mensen wegredeneren. Het verdwijnt niet door de minachting van buitenstaanders, het wordt er juist door verhevigd.” Mooi vond ik ook de evolutie van het hoofdpersonage. Op het einde van de roman heeft Dellarobia een hele weg afgelegd, en dóór haar ook de mensen in haar omgeving.
Het boek schreeuwt om een verfilming. Het adembenemende kader van de  Appalachen, de schoonheid van het 'natuurwonder', de sterke personages. Alleen maar te hopen, denk ik dan, dat zo'n film - als die er al komt - even goed als Kingsolver de valkuilen van de gemakkelijke romantiek zal weten te omzeilen. 
Is er dan geen enkel minpuntje? Tja, het is ook een cli-fi* roman, een boek waarin milieurampen centraal staan en er wordt hier en daar serieus wetenschappelijk doorgeboomd. Tip: schakel in die passages even over op speed reading. Het zou zonde zijn om het boek daarvoor weg te leggen, want er zit zo veel meer in.
Echt een aanrader.

*cli-fi: climate fiction, erg verwant met sci-fi, science fiction

★★★★

woensdag 22 mei 2019

Grand Hotel Europa - Ilja Leonard Pfeijffer

Uitgegeven bij Arbeiderspers
520 blz.


Prachtig boek! En dat begint al bij de cover.  Bij de iconische foto van de piccolo zie je het hotel zo voor je: het ligt middenin een park, heeft een groot bordes, een pastelkleurige façade. Binnen valt meteen een sleets oosters tapijt op in de grote loungeroom, en achter de balie hangt nog zo'n kastje met echte hotelsleutels, zo van die zware die je liefst niet meeneemt. De charme van vergane glorie. 
Het is de ideale setting voor de nieuwste roman van Pfeijffer. Waar het hotel zich bevindt, wordt nergens vermeld, maar het is de ideale plek voor een schrijver met liefdesverdriet.  Pfeijffer - altijd aanwezig als personage in zijn eigen romans - neemt er zijn intrek om te reconstrueren hoe zijn relatie met zijn Italiaanse vriendin Clio op de klippen is gelopen. Een liefdesroman dus. Met weemoed denkt hij terug aan hun gelukkige dagen in Venetië, Malta, de Cinque Terre, ... Met Clio was het leven een groot spel, een avontuur dat ze samen verzonnen en beleefden. Hun zoektocht naar het laatste schilderij van Caravaggio doet eventjes aan een Dan Brown-roman denken. Een avonturenroman, dat  ook dus. Maar bovenal is Grand Hotel Europa een satirische ideeënroman. De naam van het hotel is natuurlijk een doorzichtige metafoor voor het oude continent Europa. In Pfeijffers visie dreigt Europa ten onder te gaan aan een overdaad aan verleden, zodat het uiteindelijk alleen nog zal functioneren als een gigantisch pretpark. In elk hoofdstuk van deze lijvige roman confronteert Pfeijffer ons met de dreiging van het massatoerisme. En hij doet dat op de manier die we van hem kennen : met verve,  in een barokke stijl, erudiet. Maar omdat Grand Hotel Europa een roman is, kan hij de ernst van zijn thema counteren door voluit de kaart van de fictie te trekken. Aan  verhaallijnen geen gebrek in deze roman en bovendien is Grand Hotel Europa  de biotoop van een verzameling excentrieke gasten. Hun beschrijving alleen al is boeiende lectuur. Toch balanceert hij soms op de rand van de drammerigheid en heel wat lezers zullen hierop afknappen. 
Mijn eindoordeel hinkt dan ook wat op twee benen. Ik heb Grand Hotel Europa zeer graag gelezen,   maar heb meer genoten van de onderdelen, een rake portrettering, een  fijne formulering,  een hilarische scène, dan van het monumentale, meesterlijk geconstrueerde geheel. 

★★★★ 

zaterdag 13 april 2019

Gevallen god - Kate Atkinson

Vertaald door Inge Kok
Uitgegeven bij Atlas Contact
480 blz.


“A man is a god in ruins. When men are innocent, life shall be longer, and shall pass into the immortal, as gently as we wake from dreams.“ – Ralph Waldo Emerson – Nature 



Stel, je wilt een roman schrijven over de Tweede Wereldoorlog in Engeland. Hoe begin je daaraan? Er is zo veel.  Kate Atkinson loste dat op - zegt ze zelf in een interview - door zich te concentreren op de twee spectaculairste aspecten, nl. de London Blitz en de rol van de RAF, met de beslissende bombardementen op Duitse steden. Elk van die aspecten hangt ze op aan een personage.  
Voor de Blitz op Londen is dat Ursula Todd, protagoniste in Leven na Leven*. In een van haar levens werkt Ursula voor het Ministerie van Oorlog en is ze meer dan eens getuige van de gevolgen van de dodelijke raids op Londen. 
In Gevallen god ziet Atkinson een mooie gelegenheid om ook de andere kant van de medaille in beeld te brengen.   Gevallen god is het verhaal van RAF-officier Teddy Todd,  de lievelingsbroer van Ursula Todd uit Leven na leven. De beschrijvingen van zijn operaties  boven Duitsland zijn hallucinant. Toch worstelt Teddy vooral met het leven na de oorlog. Prachtig hoe de zoektocht naar zin in het leven (zin zowel in de betekenis van doel als van goesting)  hier opgehangen worden aan een zeer mooi, gevoelig personage, dat al aanwezig was in Leven na leven, maar hier  echt uitgediept wordt. Teddy is iemand met een hart voor de natuur, voor kunst en literatuur, iemand die je maar moeilijk kan zien als de overlever van zo vele gevaarlijke opdrachten. Het hangt er ook maar vanaf wat je als 'overleven' beschouwt. Heelhuids uit de oorlog komen, betekent nog niet dat je ongeschonden bent. 
Verhaaltechnisch lijkt Gevallen god iets minder opvallend dan Leven na leven. Hier geen seriële afwikkeling van vele mogelijke levens. Atkinson springt wel vinnig heen en weer tussen verleden, heden en toekomst, maar Teddy Todd heeft maar een leven. Ja toch? Ik zal verder niets zeggen, want ik hou zelf ook niet van spoilers. Laten we het erop houden dat je Atkinson niet moet onderschatten. 
Meesterwerkje!

★★★★★ 

* Van Leven na leven heb ik al eerder een recensie gemaakt:
https://gal-altijdeenboek.blogspot.com/2019/04/leven-na-leven-kate-atkinson.html