Pagina's

zaterdag 11 september 2021

Hamnet - Maggie O'Farrell


Uitgegeven bij Van Nijgh & Van Ditmar
Uit het Engels vertaald door 
Lidwien Biekmann
395 blz.

Zegt de naam Anne Hathaway je iets? Dan is de kans groot dat je iets hebt met Engelse literatuur, dat je Shakespeare gelezen hebt en misschien wel in Stratford-upon-Avon voor een van de historische huizen uit het leven van de bard gestaan hebt. Misschien mijmerde je dan wel over hoe het leven in die tijd was. Dan is  Maggie O'Farrell's roman iets voor jou.

Van William Shakespeare weten we dat hij getrouwd was met Anne Hathaway aka Agnes. Ze hadden 3 kinderen, Susanna en de tweeling Judith en Hamnet. Over Hamnet zelf is weinig geweten, behalve dat hij al in 1596 op elfjarige leeftijd gestorven is. De oorzaak is onbekend, al lijkt het waarschijnlijk dat hij bezweek aan de pest
Heeft Shakespeare zijn beroemde toneelstuk Hamlet vernoemd naar de overleden zoon? Misschien.  Maar misschien ook niet. Hier ligt dus heerlijk braakliggend terrein voor een schrijver van historische fictie. Shakespeare wordt zelfs niet eens bij naam vernoemd, waarschijnlijk doelbewust. 
Want dit boek gaat niet over Shakespeare, zelfs niet over Hamnet.  Het is het verhaal van Agnes, een buitenbeentje, een sterke vrouw, die haar gezin moet dragen terwijl haar man in Londen toneel maakt, een rouwende moeder die de grond onder haar voelt wegzakken na de dood van haar kind.  Haar emoties worden in al hun intensiteit prachtig neergezet door O'Farrell.  
Maar waar ik het meest heb van genoten is de manier waarop O'Farrell het leven in en Elizabethaans dorp schetst, levendig, kleurrijk, met veel details. Je ruikt, ziet, hoort alles alsof je erbij was in de keuken van het gezin, in de kruidentuin, in de drukke straatjes van het dorp. 
Van Maggie O'Farrell wil ik nog wel meer lezen.

★★★★






vrijdag 10 september 2021

Een verloren vriendin - Raffaella Romagnolo

Uitgegeven bij Signatuur
Uit het Italiaans vertaald door Hilda Schraa en Manon Smits
447 blz. 


Begin twintigste eeuw : Giulia en Anita groeien samen op in een klein dorpje in Piemonte. Hun leven is hard:  ze worden van kindsaf aan het werk gezet in de zijdespinnerijen.  Er is veel armoede, maar er is ook liefde en vriendschap. Tot op een dag Giulia met de noorderzon verdwijnt. Van dan af volgen we hun parallelle levens: Giulia is naar Amerika getrokken en zoekt haar geluk in New York. Anita blijft achter in Italië. 
Hoewel ook Giulia's pad niet altijd over rozen loopt, heeft Anita toch het slechtere lot getrokken. De Eerste Wereldoorlog is ronduit een catastrofe voor Italië, en dan moeten het fascisme en de Tweede Wereldoorlog nog komen. Piemonte wordt dubbel hard getroffen als, na de bocht die Italië maakt in 1943,  de Duitsers genadeloos op jacht gaan naar partizanen. 
Na de oorlog keert Giulia nog een keer terug naar haar geboortedorp. Een laatste confrontatie?

De structuur van de parallelle levensverhalen is misschien niet bijster origineel maar hij werkt wel. Die confrontatie tussen twee levens die zo verschillen, is boeiend. Af en toe denken de vrouwen wel eens aan hun jeugd en wat er met de andere zou gebeurd zijn. Maar dat is het lot en het leven laat hen niet veel tijd om veel te piekeren. Destino is ook de oorspronkelijke titel van deze caleidoscopische roman en ik vind hem meer to the point dan de Nederlandse vertaling. Want de roman focust toch niet zo duidelijk op  de verloren vriendschap; eerder lees ik het verhaal als een ode aan twee sterke vrouwen.  

Een verloren vriendin, genomineerd  voor de Premio Strega 2019, was Romagnolo's  eerste roman die in het Nederlands vertaald werd. De auteur had dus duidelijk literaire ambities, die ze misschien niet altijd helemaal waarmaakte. Ik lees vergelijkingen met de Bouquet-reeks bij sommige recensenten. Dat vind ik wat overtrokken, maar ik vond zelf ook het Italiaanse verhaal rond Anita sterker dan dat van Giulia.  

★★★★




 


donderdag 9 september 2021

De laatste zomer in de stad - Gianfranco Calligarich

Uitgegeven bij Wereldbibliotheek
Uit het Italiaans vertaald door Els van der Pluijm
176 blz.


De jonge journalist Leo Gazzarra verruilt in de jaren '70 het saaie Milaan voor de bruisende hoofdstad. Overdag probeert hij de kost bijeen te scharrelen in de marge van de journalistiek, 's nachts duikt hij  in het nachtleven van Rome. Tussen de Spaanse Trappen, de Piazza del Popolo en de Piazza Navona, zwalpt hij van de ene bar naar het andere feestje,  in het gezelschap van de beau monde of wie dat probeert te zijn, op zoek naar wie weet wat... Roem misschien, of de eeuwige liefde?  Op een van die nachten ontmoet hij Arianna, al even stuurloos als hijzelf. Onder het laagje oppervlakkigheid schuilt iets diep-tragisch. 

Je kan niet anders dan denken aan Fellini's La dolce vita:  ook hier een journalist die het 'zoete leven' beschrijft van de high society van Rome.  Het beeld van Anita Ekberg in de Trevi-fontein is deel van ons collectieve filmgeheugen.  

Alleen ziet het Rome van Calligarich er al wat groezeliger uit. Zijn personages zijn toch eerder losers, krijgen niets voor mekaar, zelfs de liefde niet. De roman leest van bij de openingszinnen als een kroniek van een aangekondigd einde.  ‘Zo gaat het natuurlijk altijd. Iemand doet van alles om afzijdig te blijven en belandt vervolgens op een goede dag, zonder te weten hoe, in een geschiedenis die hem regelrecht naar het einde brengt.’

Er zit veel triestheid in deze roman. Met een knipoog naar die andere Rome-film zou  ik hem durven ondertitelen La Grande Tristezza. En toch  slaagt de auteur erin  ook  iets lichtvoetigs, iets teders in zijn roman te stoppen. De gevatte, droog-ironische  stijl maakt het verteerbaar. 'Zelden zo vrolijk geworden van zo’n tragisch boek', zegt Emilia Menkveld  in haar recensie voor de Volkskrant. Zo ver zou ik niet gaan.  Maar het boek heeft mij wel bekoord.  Ik zal niet zeggen dat ik de personages in mijn hart heb gesloten, maar de sfeerschepping is wondermooi.   Een beetje Bonjour tristesse (F. Sagan) en La Dolce Vita (Fellini) samen.  

★★★★

 









zaterdag 28 augustus 2021

Kinderkolonie - Manuela Piemonte

Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte
Uitgegeven bij Ambo-Anthos
330 blz.


Drie Italiaans-Libische zusjes worden in de zomer van 1940 samen met dertienduizend lotgenoten op verplichte vakantiekolonie gestuurd naar Italië. Ze worden er (her)opgevoed tot goede fascisten. Maar dan stapt Italië in de oorlog en aan hun verblijf/gevangenschap komt geen einde ...

Boeiende lectuur, vooral omdat dit een zo goed als onbekende pagina is uit de Italiaanse geschiedenis.  Maar evengoed is het een coming-of-age roman. Je ziet  de kinderen evolueren en heel verschillend reageren op hun nieuwe situatie. In het begin van de roman is Angela zeven jaar oud,  Sara is enkele jaren ouder en de jongste, Margherita,  is pas vijf.  Het is de middelste zus die alles observeert en vertelt : ze ziet hoe Sara   in het begin heel vatbaar is voor de strakke kampdiscipline en propaganda.  Met pijn in haar hart  moet ze toezien hoe de jongste  zich opsluit in haar eigen wereldje. En zij, Angela, de middelste zus, de meest gehoorzame, de angstigste, rebelleert op haar manier. 

Hallucinant om te zien hoe doeltreffende propaganda en ondervoeding erin slagen om zelfs de herinnering aan hun moeder quasi volledig uit te vegen. Wat echter blijft is dat ene beeld uit een zwoele Libische zomernacht, kort voor hun vertrek. In het holst van de nacht zagen ze een vrouw te paard voorbijrijden, op de vlucht voor ... , tja, waarvoor eigenlijk? Hun fantasie  is eindeloos.  Als een hoopvolle droom begeleidt het beeld de twee oudsten, en het is tegelijkertijd een mooie leidraad voor deze roman.  
De Italiaanse titel Le Amazzoni focust dan ook meer op de belevingswereld van de meisjes, terwijl de Nederlandse uitgever kiest voor een neutralere titel.

Leest vlot,  maar soms ook wat moeilijk omdat we zelf zo weinig weten over de historische achtergrond en de auteur niet echt veel duiding geeft.  

★★★1/2
 

donderdag 26 augustus 2021

Shuggie Bain - Douglas Stuart


Vertaald door Inger Limburg - Lucie van Rooijen
Uitgegeven bij Nieuw Amsterdam
448 blz.




Wat een boek! Douglas Stuart beschrijft hier (semi-autobiografisch) de kinderjaren van Shuggie Bain. Vader afwezig, moeder aan de drank verslaafd en de omgeving zo  troosteloos dat je het bijna niet voor moeilijk houdt. 

Naarmate het verhaal vordert zie je hoe de oudste kinderen steeds meer afstand nemen van hun moeder en hun eigen weg gaan. De kleine Shuggie blijft achter met zijn moeder die zich steeds dieper de put indrinkt.  Hij heeft het moeilijk, met zichzelf, zijn geaardheid, zijn thuissituatie. 

Doordat het verhaal vanuit het perspectief van de jonge Shuggie geschreven is, komt het vrij hard binnen. En tegelijkertijd creëert dat een warmte voor de personages, die je hard nodig hebt om door de grimmige leefwereld  heen het menselijke te blijven zien. 

En dat is voor mij de sterkte van deze roman.  Hoe kwaad je soms ook bent op Agnes, je ziet ook haar grappige kanten, haar goedbedoelde pogingen, haar schreeuw om liefde en erkenning. Hoe paradoxaal het ook klinkt, in al haar zwakte is ze tegelijkertijd ook een straffe vrouw.   En je ziet vooral de onverwoestbare liefde van Shuggie voor zijn moeder. 

Als ik zeg dat het met haar slecht afloopt, is dat echt geen spoiler. Dat is van bij het begin vrij duidelijk. Maar komt het nog goed met Shuggie? Dat is een moeilijke. Enerzijds zie je hoe hij na de dood van zijn moeder nog steeds worstelt met zijn identiteit en dat maakt hem een makkelijke prooi. Hij kan ook amper overleven, en kan niet altijd erg kieskeurig zijn.

Het wordt dus een dubbeltje op zijn kant.  

Veel leesplezier! En dat is niet cynisch bedoeld: het boek is heel mooi geschreven, met beelden die de clichés ver overstijgen. En  ongelooflijk maar waar, er zitten ook grappige momenten in. 


★★★★


zaterdag 10 april 2021

De opgang - Stefan Hertmans

Uitgegeven bij De Bezige Bij
440 blz.


Over deze roman is zowat alles al gezegd. Moeilijk om daar nog iets aan toe te voegen. Dat zal me leren om mijn recensie steeds maar uit te stellen. Ik beperk me hier dan ook tot wat losse flodders, tot wat persoonlijke leesbedenkingen, wat tenslotte nog altijd het hoofddoel is van deze blog.  

Wie nood heeft aan wat meer samenhang, verwijs ik graag door naar een mooi artikel  :   

https://reportersonline.nl/ik-moest-de-spoken-in-dit-huis-tot-leven-wekken-stefan-hertmans-over-zijn-nieuwe-roman-de-opgang/

 

Ik was om te beginnen al erg gecharmeerd en geïntrigeerd door de nochtans prozaïsche titel.  De opgang. Van de Vlaamse SS-er Willem Verhulst? Moest het niet eerder ondergang zijn? Maar de structuur van het boek, opgehangen aan de bezichtiging van een huis van onder naar boven, een Vlaams notarissenwoord blijkbaar, maakt het een perfecte keuze. 

De inhoud liet mij uiteraard niet onberoerd. Er is natuurlijk het grotere plaatje: het verhaal van de Vlaamse collaboratie, een ideale uitlaatklep voor een gefrusteerd individu dat  zich maar al te graag liet meeslepen.  Al druk ik dat te zacht uit. Want hoewel Verhulst misschien niet eigenhandig mensen heeft vermoord,  van achter zijn bureau waar hij ijverig lijstjes aanlegde met namen van 'verdachte individuen' heeft hij zeker honderden mensen de dood ingejaagd. Hij was bepaald geen kleine garnaal. 

Maar ik was nog meer in de ban van het kleine verhaal: dat van de man Verhulst in zijn gezin. Een bizarre situatie. Zijn Nederlandse , protestantse vrouw Mientje kon dan wel niet verhinderen dat hij buitenshuis volledig de militant-fascistische toer opging, binnen het gezin hield ze vast aan haar eigen morele waarden. In haar huis, in het bijzijn van de kinderen, geen vertoon van uniformen en geen wapens. Zo brutaal als Verhulst optrad buiten huis, zo mak was hij als hij netjes zijn uniform in de gang achterliet. Ook alle contacten met Duitse SS-ers  werden strikt achter gesloten deuren in de voorkamer - de dodenkamer - gehouden. De SS-dolk, cadeautje van vader aan zoon Adri, belandde dan ook prompt in het Lieveke, het water dat achter hun huis stroomde. Hoe hield Mientje het uit in deze schizofrene situatie? En wat te denken van Willems schaamteloze affaire met Griet, zo maar onder  de neus van Mientje. Ik kijk naar de familiekiekjes en vraag me af wat er echt in deze vrouw is omgegaan. 

 

Hertmans is een leeftijd- en studiegenoot van mij. Dat bevordert natuurlijk de herkenning in deze roman. Soms komt die tevoorschijn in kleine anekdotes, zoals die van de studentenbetoging in het kielzog van Parijs '68. Wat wisten we toen nog weinig over de achtergronden en reikwijdte van kreten als 'Walen buiten'.

 

Dat de roman zich afspeelt in Gent, heeft zeker ook meegespeeld in mijn appreciatie van deze roman. Vanop tram 4 tuur ik in de buurt op zoek naar restanten van het verleden. Een keer stapte ik ook echt uit aan het Sluizeken en ging op zoek naar het huis, dat bijna de status van een personage heeft gekregen in deze auto-docuroman.

Prachtig zijn ook de beschrijvingen. Mijn favoriete fragment:

De zondagavond glijdt weg in de dommelende zwartheid van de lege straten; de avond loopt naar zijn eind, de stilte keert terug. Er is alleen nog het geruststellende geluid van de voorbijrijdende tram door de Grauwpoort in de richting van het Gravensteen, waardoor de plankenvloeren in het hele huis lichtjes trillen; Mien ligt wakker in het donker. Diep in de smalle steeg onder haar hoort ze nog hoe iemand een kind naar binnen roept, hoe een dichtvallende deur aan de overkant de stemmen dempt. Daarna het voorbijkomen van enkele lallende soldaten, en dan niets meer tot, na een twintigtal minuten, het staal van de tramwielen feilloos weer over de sporen glijdt, geruststellend, nu in de andere richting. De wielen lijken haar gedachten met zich mee te nemen, een verlangen op te roepen om langs het traject van de tramsporen te slenteren, richting voorstad en de haven, tot bij het havenbassin waar de aken kunnen draaien – een zwarte reusachtige kom vol vervuild, in cirkels wentelend water dat nog even aarzelt voor het zich overgeeft aan de beweging van het door industrie omzoomde kanaal. De roep van de voorstad, door de voorbijschuivende tram opgewekt, doet haar verlangen om weer op te staan, in alle stilte nog even naar buiten te gaan, langs de voorstedelijke puien en handeltjes waar allerlei rommel door elkaar in de etalages uitgestald ligt, zo tot in de steeds verlatener straten, tot bij de houten loodsen waar de wind killer is en de geur van de gestapelde waren de eenzame wandelaar zin doet krijgen in boten, in weggaan zonder omkijken.

En deze beklijvende afsluiter van een hoofdstuk waarin Hertmans de houding van zoon Adriaan tegenover zijn vader onderzoekt:


Hoeveel waarheid verdraagt een mens, wanneer het over zijn eigen vader gaat?

 

Zei ik al dat ik dit boek ondertussen al twee keer gelezen heb?  Dat zegt genoeg, denk ik. 

Respect, Stefan. Dit was zo mooi en zo evenwichtig. Ik koester het boek en begin misschien wel heel binnenkort aan een derde lectuur.


★★★★★

 


donderdag 26 november 2020

Verdwijnpunt - Arnaldur Indriðason

Als ik in een leesdipje zit, als ik weer eens een bejubeld boek opzij leg, omdat het bij mij toch niet meteen de juiste snaar raakt, dan weet ik dat het tijd is om de lat wat lager te leggen. Ik grijp dan graag naar een goede misdaadroman. Het leesplezier komt vanzelf terug en daarna ben ik weer klaar voor het grotere werk. 

Een goede misdaadroman (en bij uitbreiding misdaadreeks) is er voor mij een die nog blijft nazinderen  nadat de plot verdwenen is. Want toegegeven, die onthoudt geen mens. Dikwijls is de achtergrond een bepalende factor: ik hou van de romans van Donna Leon, omdat ze zich afspelen in Venetië. Ik kan eindeloos genieten van de Morse-afleveringen in het bizarre wereldje van Oxford of van een frivole Montalbano op Sicilië. 

Wat bij mij niet werkt is pure horror,  of plots die uitsluitend draaien rond geld of macht.   Het moet toch altijd over menselijke interactie blijven gaan, of over een sociale context. 

En dan zit je meestal goed bij de Scandinavische thrillers.   

In het spoor van  Sjöwall en Wahlöö, die met hun misdaadromans de mistoestanden in de Zweedse maatschappij wilden aanklagen,  is het lijstje Scandinavische misdaadauteurs schier eindeloos: de Millennium-reeks  van Stieg Larsson, de Wallanderromans van Henning Mankell, ... Maar ook de Noren, Finnen en IJslanders kennen er wat van. Nordic noir doet het extreem goed, zowel in de boekhandel als op tv.

Zelf heb ik mij de laatste weken ondergedompeld in het universum van  de IJslandse inspecteur Erlendur van Arnaldur Indriðason. 

Wie IJsland zegt, denkt aan gletsjers en vulkanen met onuitspreekbare namen en aan donkere, lange winters.  Doe daar Reykjavik bij, bakermat van de IJslandse bankencrisis,  maar evengoed een stad van contrasten waar clochards  en minderbedeelden wonen in krappe souterrains en huizen met golfplaten daken.  De match met de eenzelvige inspecteur Erlendur is compleet: hij kent de stad als zijn broekzak en schuwt het contact met  de onderlaag niet. Maar vooral is hij gefascineerd door 'verdwijningen'. Dat heeft te maken met een traumatische jeugdervaring. 

De reeks rond Erlendur bestaat uit meer dan 10 delen. Ik vermeld hier alleen de laatste   waar  Erlendurs obsessieve drang om cold cases van verdwijningen op te lossen samenvalt met zijn zoektocht naar innerlijke rust, en dat in het kader van zijn jeugd, in het verlaten ouderlijke huis in de bergen. 

Heerlijk donker en toch hartverwarmend mooi. Ik hou er een grote nieuwsgierigheid naar het land aan over. Wie weet, na corona ...

 

 

 


woensdag 5 augustus 2020

De kat en de generaal - Nino Haratischwili

Uitgegeven bij Meridiaan Uitgevers
Vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post
680 blz.


De Duits-Georgische schrijfster en theaterregisseuse Nino Haratischwili blijft in de ban van het thema oorlog. Dit keer haalt ze haar inspiratie uit de recente Tsjetsjeense geschiedenis. In een afgelegen bergdorpje wordt een jonge vrouw het slachtoffer van een gruwelijke oorlogsmisdaad. Jaren later wordt een van de betrokkenen ter verantwoording geroepen door zijn dochter. Met desastreuze gevolgen voor hen beiden. Want de vraag 'wie is schuldig' is op papier eenvoudiger dan in de werkelijkheid.  Het achterplat spreekt van "een psychologisch zeer geladen, duistere schuld-en-boeteroman", en dat is een rake typering.
Ik was geboeid door de manier waarop de auteur begrippen als schuld, dader, slachtoffer uit de sfeer van de vooroordelen probeert te halen. Dat zorgde ervoor dat ik bleef doorlezen, hoewel ik soms moeite moest doen om mij door de gruwelen  heen te worstelen. Ik merk dat ik daar steeds minder goed tegen kan.
De kat en de generaal met zijn intrigerende titel is alweer een huzarenstukje geworden van Haratischwili. Het zit ongelooflijk goed in elkaar. Daardoor bleef mijn leeservaring wat afstandelijker dan bij haar vorige roman Het achtste leven (voor Brilka). Misschien waren mijn verwachtingen ook wat te hoog gespannen. En wat zeker ook meespeelde is dat De kat en de generaal echt wel een duister boek is. Anders dan in Het achtste leven (voor Brilka) vind je hier geen tegengewicht voor al dat donkere. Minder humor, minder passie, minder levensvreugde. Maar evengoed 4 sterren waard.
★★★★

dinsdag 4 augustus 2020

De dood van Harriet Monckton - Elizabeth Haynes

Vertaald door Yolande Ligterink
Uitgegeven bij De Fontein
397 blz.


In november 1843 wordt Harriet Monckton dood gevonden in het toilet achter de kapel in Bromley, die ze regelmatig bezocht. Uit de autopsie blijkt dat de jonge vrouw, een lerares,  zwanger was.  En dan komt de geruchtenmolen op gang. Harriet bleek verwikkeld te zijn in relaties met ten minste drie mannen, maar ook haar goede vriendin Frances wordt gezien als verdachte in deze moordzaak. Wie heeft Harriet vermoord en wie is de vader van haar ongeboren kind?
Een whodunnit, dus. Elizabeth Haynes weet er in elk geval de spanning in te houden. Door de gebeurtenissen telkens vanuit een ander personage te belichten vallen de puzzelstukjes beetje bij beetje op hun plaats.  Liefhebbers van het genre komen zeker aan hun trekken.
Maar het meest heb ik gesmuld van de sfeer van deze roman.  Het belang van schone schijn, de absurde regeltjes over hoe  mannen en vrouwen met elkaar mogen omgaan, het  totale taboe op seksualiteit, wat moet het moeilijk geweest zijn jezelf te zijn in deze victoriaanse maatschappij. Vrouwen moesten twee keer zo sterk zijn om zich overeind te houden. En zelfs dat was niet altijd voldoende, zoals het trieste einde van Harriet Monckton bewijst. 
De roman is bovendien gebaseerd op waargebeurde feiten.
Ik vind het een echte aanrader.
★★★★


zaterdag 21 maart 2020

Testament of youth: an autobiographical study of the years 1900–1925 - Vera Brittain


In het Nederlands vertaald als Testament van de jeugd.  
Uitgegeven bij De Bezige Bij.
Vertaald door Otto Biersma, Luud Dorresteyn, Marianne Palm, Hans Kloos.
638 blz. 



Testament of Youth is een van de beroemdste autobiografieën uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Vera Brittain was 20 toen de oorlog uitbrak in 1914.  Er wachtte haar een mooie studietijd in Oxford. Maar als haar verloofde en broer dienst nemen in het leger, kan ze niet achterblijven en ze gaat aan de slag als vrijwilligster bij het Britse Rode Kruis.  Het noodlot slaat snel toe.  Tegen Kerstmis 1915 is haar verloofde al gesneuveld. In 1918 verliest ze ook haar broer. Zelf doet ze al die oorlogsjaren dienst in ziekenhuizen en veldhospitalen van Londen, over Malta tot Frankrijk. Testament of Youth  werd in 1933 uitgegeven en het was meteen een bestseller. In 1915 werd het boek verfilmd met in de hoofdrollen Alicia Vikander en Kit Harington.
Wat een boek! Er is zoveel stof om over na te denken, het Engels heeft daar een mooi woord voor: 'thought-provoking'. Het is niet alleen een boek over de belevenissen van een jonge verpleegster in oorlogsomstandigheden, hoewel ik me kan voorstellen dat de film  wel daarop zal gefocust hebben. (Voor alle duidelijkheid: ik heb de film niet gezien.) Het is evengoed een boek over de strijd van een jonge vrouw om gehoord te worden in een maatschappij waar mannen het nog steeds voor het zeggen hadden. Het toont een wereld in verandering, met de wereldoorlog als bruuske catalysator. 
Voor de oorlog werd Brittain nog als een beetje abnormaal beschouwd in haar provinciale omgeving. Welke jonge vrouw wilde nu gaan studeren als je toch ook gewoon kon trouwen? Na de oorlog vond zelfs haar vader het normaal dat ze zelfstandig in Londen bleef wonen, ongetrouwd en vrij. 
Een boek over een vrouw die tegen de tijdsgeest in haar eigen weg gaat, dat kan bij mij altijd op sympathie rekenen. Dat is ook de reden waarom ik de minpuntjes van deze autobiografie erbij neem. Vooral in de hoofdstukken na de oorlog wordt er wel heel veel met namen gegoocheld. Soms leest het als de notulen van een vergadering. Saai dus. En dan zijn er nog de vele gedichten waar dit werk bol van staat, haar eigen gedichten, die van broer, lief en vrienden en hun grote voorbeelden. Soms raakten ze me, dikwijls vond ik ze nogal geëxalteerd. Maar toch dus, wat een boek! 
Is het een aanrader? Ja, als je ermee kunt leven dat geen enkele kanjer van begin tot einde even goed is.   
 
★★★1/2

zondag 12 januari 2020

Trans-Atlantisch - Colum McCann

Vertaald door Frans van der Wiel
Uitgegeven bij Rainbow
287 blz.

Trans-Atlantic, boek 1, begint als een documentaire. 
1919: Twee jonge piloten uit WW1 verbouwen hun vliegtuig en maken als eerste de oversteek over de oceaan. 
1845: een zwarte Amerikaanse slaaf zoekt in Ierland steun voor de strijd tegen de afschaffing van de slavernij. 
1998: een Amerikaanse senator steekt de oceaan over over om er de vredesgesprekken  in Noord-Ierland te leiden.  Driemaal een oversteek van de Atlantische oceaan, drie tijdperken, drie interessante historische gebeurtenissen. En door die macro-thema's krijg je ook een inkijk op het persoonlijke leven van de hoofdspelers. Een documentaire roman dus, maar er is toch meer aan de hand. Heel snel in boek 2 kom je erachter dat de (vrouwelijke) hoofdpersonages van de verhalen uit boek 2 zijdelings ook al voorkwamen in boek 1. En nu krijg je door de micro-levens een uitkijk op de  buitenwereld, met telkens weer verrassende settings en nieuwe thema's: oa. de Amerikaanse burgeroorlog, de Troubles in Noord-Ierland.
Ik was al dik tevreden na het eerste deel. De verhalen waren interessant en lieten zich vlot lezen.  En dan komt boek 2 als een aangename verrassing. Ik had me even op het verkeerde (documentaire) been laten zetten. Maar met boek 2 zat ik in een echte roman met sterke hoofdpersonages, en dat perfecte evenwicht tussen micro en macro die voor mij altijd garant staan voor perfect leesplezier. 
Knap hoe in boek 3 tenslotte alles vrij natuurlijk samenkomt.  Toch heeft dit hoofdstuk, het enige in de ik-persoon trouwens, mij het minst aangesproken.  Ik hou het wat vaag, omdat ik zelf ook niet graag met spoilers te maken krijg. 
Ik heb echt genoten van deze roman. Misschien nog het meeste omdat ik eens niet in sneltreinvaart door het boek ben geraasd, een kwalijke leesgewoonte van me waar ik vanaf wil. 
Colum McCann is zelf van Ierse afkomst maar woont al lang in New-York. In 2009 won hij de National Book Award met Let the Great World Spin, een poging om de grote Iers-Amerikaanse roman te schrijven. Met Trans-Atlantic zit hij duidelijk nog steeds op dat spoor. Ik heb het al op mijn leeslijstje gezet.  

★★★★